Op de Sterrenwachter zitten de kinderen van groep 1 en 2 in één groep. Samen vormen zij de onderbouw. Hieronder vindt u specifieke informatie over diverse onderwerpen uit de onderbouw.

Wilt u meer weten? Neem dan contact met ons op. De leerkrachten van de onderbouw beantwoorden uw vragen graag!

Als de kinderen in de kring zitten zitten ze op bankjes op vaste plaatsen. Dit noemen we de bankgroepjes. Ieder bankgroepje heeft een eigen kleur. Bij de bankgroepjes is ook de samenstelling van belang, oudste en jongste kinderen zitten bij elkaar. Op de speel- en werkmomenten gaan de bankgroepjes werken aan de dagopdracht. Zo kunnen de oudere kinderen de jongere kinderen helpen, als de leerkracht met een ander kind of groepje bezig is. De opdrachtjes zijn aangepast aan het niveau van de kinderen. Na ongeveer zes weken wisselen de bankgroepjes. 
inloopVanaf 8.15 uur zijn de kinderen welkom in de klas. Ouders mogen tot 8.30 uur in de klas blijven en met hun kind een spelletje doen of een boekje lezen. Om half negen rinkelen de belletjes en verlaten de ouders de klas.

Aan het einde van de dag wachten ouders op het schoolplein van de onderbouw. De leerkracht komt met de kinderen naar buiten.

Het geeft een veilig gevoel als je weet wat er komen gaat. Daarom laten we de kinderen op dagritmekaarten in pictogrammen zien hoe de dagdelen verlopen. Globaal verloopt een dag als volgt:

Ochtend
De dag begint om 8: 15 uur met de inloop. Is er een feestkring of een viering dan liggen er boekjes op de tafels. Anders liggen er spelletjes op de tafels. Om 8:30 uur rinkelen de belletjes, het teken voor de ouders om afscheid te nemen en de klas te verlaten. Een half uurtje later wordt er opgeruimd en gaan de kinderen in de kring. Aan het begin van de dag is er altijd een vertelkring met daarna bijvoorbeeld instructie, muziek of drama. Na de kring is er een korte pauze: de melkkring. Aansluitend is er een speel- en werkuurtje. De ochtend eindigt met lekker buitenspelen. Na het buitenspelen gaan de kinderen nog heel even terug naar de klas. In de kring wordt de ochtend gezamenlijk afgesloten.

Middag
De middag start weer in de kring. Daarna mogen de kinderen gaan spelen. Aansluitend wordt er gegymd in de speelzaal of buiten. Ook de middag wordt gezamenlijk afgesloten in de kring.

Iedere maandagochtend worden twee kinderen gekozen als hulpje. De hulpjes zitten naast de leerkracht op de hulpjesstoel. Zij mogen helpen door bijvoorbeeld het ‘voorlezen’ van de namenlijst, gymschoenbakken halen en terugzetten, spullen voor het buitenspel pakken en helpen opruimen. Zo leren zij hulp geven en hulp ontvangen.
kiesbordHet kiesbord is een handig hulpmiddel waarop de kinderen kunnen zien wat de dagopdracht van hun bankgroepje is. De bankgroepjes hebben ieder een eigen kleur. Na het maken van de dagopdracht mogen de kinderen kiezen en plaatsen hun persoonlijke symbooltje onder bijvoorbeeld het speelhuis, kleien of vrij knutselen. Zij weten zelf hoeveel kinderen er bij een activiteit kunnen spelen. Dit helpt hen om zelfstandig keuzes te maken. Zo zijn ze niet afhankelijk van de leerkracht.

Met het Leerlingvolgsysteem (LVS) volgen we de individuele ontwikkeling van de kinderen. Het LVS kijkt naar 17 aspecten van ontwikkeling, zoals motoriek, relaties met anderen, ruimtelijke oriëntatie en visuele en auditieve waarneming.

De kinderen worden gevolgd vanaf 4,5 jaar tot ongeveer 6,5 jaar. Elk half jaar worden de kinderen opnieuw ‘onderzocht’. Het onderzoek vindt plaats in de klas door de leerkracht. Het onderzoek bestaat uit spelletjes, opdrachten en gesprekjes aangaande het ontwikkelingsaspect.

Ouders krijgen tijdens het 10 minuten gesprek informatie over de voortgang van hun kind. De resultaten van het onderzoek worden dan besproken.

2012 agemeen ob mb (33)Met de methode Schatkist werken wij doelgericht aan de brede ontwikkeling van kleuters. Van motoriek tot creativiteit, van taal tot sociaal-emotionele ontwikkeling. En van wereldoriëntatie tot rekenen.

Mondelinge taal
Goed kunnen spreken en luisteren is belangrijk; mondelinge taalvaardigheid is de basis voor schriftelijke taalvaardigheid en hangt sterk samen met de sociaal-emotionele ontwikkeling. In Schatkist speelt mondelinge communicatie daarom voortdurend een fundamentele rol. Bij vrijwel alle activiteiten is sprake van interactie tussen leerkracht en kinderen of tussen kinderen onderling.

Woordenschat
Woordenschatonderwijs is pas effectief als nieuwe woorden herhaaldelijk en in verschillende contexten worden aangeboden. Daarom komen de woordenschatwoorden per thema diverse malen aan bod. Tot de woordenschat hoort ook de rekenwoordenschat. Onder de rekenwoordenschat vallen bijvoorbeeld begrippen rond tijd, zoals vandaag, gisteren en morgen en de namen van de dagen, de maanden en de seizoenen. Ook begrippen rond plaats, zoals op, onder, in, naast, overheen en dergelijke, horen daartoe.

Beginnende geletterdheid
Voor een goede start met het aanvankelijk lezen in groep 3 is de ontwikkeling van het taalbewustzijn een belangrijke voorwaarde. De actuele letters van een thema actueel zijn te zien in de zogenaamde lettermuur.

Beginnende gecijferdheid
De rekendoelen komen aan bod tijdens de activiteiten en in de spelletjes. De actuele cijfers/getallen van een thema actueel zijn te zien in de zogenaamde cijfermuur.

Sociaal-emotionele ontwikkeling
De activiteiten voor de sociaal-emotionele ontwikkeling zijn erop gericht dat kinderen zichzelf leren kennen, leren zich te uiten en met anderen kunnen omgaan. In allerlei dagelijkse situaties staan de kleuters stil bij hun gedrag: Welke regels gelden er? Hoe maak je duidelijk wat je wilt? Hoe ga je met andere kinderen om?

Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie loopt als een rode draad door de thema’s van Schatkist. In alle thema’s staat het actief ontdekken van de wereld om ons heen centraal.

Kunstzinnige oriëntatie
Doelen op het gebied van kunstzinnige oriëntatie komen ook aan bod.

wachten na het opruimenDe ouders van de instroomkinderen worden 6 tot 4 weken voordat hun kind 4 jaar wordt opgebeld. Er worden in overleg vier wenochtenden afgesproken.

De kinderen doen deze ochtend mee in hun nieuwe groep. Meestal is deze dag best spannend voor nieuwe kleuters (en de ouders)! Maar ook voor de aankomende tweedejaars is deze dag bijzonder. Met de kinderen wordt gepraat over de nieuwe kinderen die in de klas komen. Weten ze zelf nog hoe het was? Ze hebben zelf inmiddels al veel geleerd en dat gaan ze gebruiken om de nieuwe kinderen te helpen.

‘s Ochtends brengen de ouders hun kind tijdens de inloop in de klas. Samen kunnen ze dan het klaslokaal verkennen. Als de belletjes gaan, gaan de ouders naar huis. Daarna begint de kring. De aankomende eerstejaars kiezen dan hun stickerplaatje voor de kapstokken en het kiesbord. Ook horen ze wie hun mentorkind is. Het mentorkind is de vraagbaak en de hulp voor de nieuwe kleuter tijdens de wendag, maar ook in het nieuwe schooljaar. Hij/zij helpt de hele ochtend met uitleggen hoe het spelen en kiezen gaat, hoe de melkkring gaat en wat je kunt doen als je gaat buiten spelen. Spelenderwijs maakt het nieuwe kind zo in alle rust kennis met de leerkrachten, de kinderen en de structuur van de dag in de groep. Na deze ochtend hebben de nieuwe kinderen een goed idee van wat hem/haar te wachten staat.