Kenmerkend voor het Jenaplanconcept is, dat het geen gesloten of dogmatische onderwijsmodel is, maar een open en interpreteerbaar streefmodel. Dé ideale Jenaplanschool of een model Jenaplanschool bestaat niet. Elke schoolgemeenschap, bestaande uit kinderen, groepleiders en ouders, geeft het Jenaplanconcept vorm vanuit de eigen lokale situatie en de specifieke schoolsituatie. De 20 basisprincipes voor het Jenaplanonderwijs vormen hiervoor het uitgangspunt.

Hoe de Sterrenwachter aan diverse onderwerpen invulling geeft leest u hieronder. Wilt u meer weten? Neem dan contact met ons op!

filosofieJonge kinderen hebben allerlei eigenschappen die het heel goed mogelijk maken om met hen te filosoferen. Ze hebben van nature interesse in verschillende levensvragen en hebben een open houding ten aanzien van mogelijke antwoorden. Naarmate mensen ouder worden lijken ze deze filosofische basisvaardigheden af te leren. Dat is erg jammer, want deze vaardigheden zijn juist van belang als men ouder wordt. Immers, een democratische samenleving kan alleen functioneren als mensen een open en kritische houding kunnen aannemen. Daarom vinden we het belangrijk om op school ieder jaar tijdens een schoolproject aandacht aan filosofie te besteden.

Naar aanleiding van een verhaal of een thema voeren we met de kinderen filosofische gesprekken waarbij we de kritische en vragenstellende houding bij kinderen bevorderen. Thema’s die in het verleden al eens aan bod zijn geweest: Wat is licht? Wat is een stoel? Wat is een engel? Wat is natuur? Welke vragen zou je aan een bloemkool kunnen stellen? Is het leuker om te geven of te nemen?

Iedereen kan het
Filosofie is geen zware kost. Iedereen kan het of kan het leren! Je hoeft niets bijzonders te hebben meegemaakt om te kunnen filosoferen. Iedereen kan bijzondere gedachten hebben die anderen aan het denken zetten. Door het gezamenlijke nadenken worden kinderen zich bewust van hun eigen denkprocessen. Bij filosofie staan de antwoorden niet vast. Iedereen kan zijn mening geven bij een bepaalde open vraag.

Het is wel belangrijk dat je luistert naar anderen en openstaat voor een andere mening dan de jouwe. In de gesprekken leer je een mening vormen, je mening te verwoorden, luisteren naar argumenten. Om te kunnen verwoorden wat je bedoelt, heb je veel taal nodig om tot uitdrukking te brengen wat je precies bedoelt. En dat alles maakt dat filosofie een leuke en nuttige toevoeging in ons onderwijsaanbod is.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Norma Montulet.

Laatste nieuwsberichten over filosofie

Gewogen weektaakIeder mens is uniek en heeft een eigen onvervangbare waarde. Ons eerste basisprincipe en dit principe nemen we uiterst serieus.

En als je vindt dat iedereen uniek is en met zijn eigen combinatie van eigenschappen, vaardigheden, talenten, mogelijkheden en onmogelijkheden de school binnenkomt, dan moet je daar ook gevolg aan geven in de manier waarop je de leerstof aanbiedt. Dat doen wij onder andere via de gewogen weektaak.

Wat je moet leren en wat je wilt leren
Als we kinderen alleen dat werk laten doen waar hun interesse en talenten liggen, dan is de kans groot dat er op andere, ook belangrijke terreinen, onderdelen blijven liggen. Als je niet goed bent in spelling bijvoorbeeld, dan leer je dat echt alleen door er mee te oefenen. Als je kinderen alleen maar zou laten oefenen met de onderdelen waar ze moeite mee hebben, dan doe je om te beginnen geen recht aan de talenten. En daarbij heeft dit vaak een vernietigend effect op het welbevinden, zelfvertrouwen en de motivatie van de kinderen.

Wij geloven dat er een balans moet zijn tussen deze twee uitersten. Als er voldoende mogelijkheid is om te werken aan taken en inhouden die de interesse hebben, die aansluiten bij talenten en die het kind het gevoel geven van competentie, dan is er ook de ruimte om te werken aan de zaken die moeilijk zijn en niet vanzelf gaan. Voor de kinderen noemen we dit het verschil tussen wat je moet leren en wat je wilt leren. Beide zijn belangrijk. Je moet immers de basisvaardigheden goed beheersen om mee te kunnen komen in het vervolgonderwijs en de huidige maatschappij.

Heterogene groepenOp een Jenaplanschool gaan we niet om met verschillen, we gaan uit van de verschillen. Het lijkt misschien een kleinigheid, maar in de basis is het verschil enorm!

Wanneer je klassikaal lesgeeft aan een jaargroep, waar de kinderen min of meer geordend zijn op hun leeftijd en je instructie geeft aan de hele groep, dan is het handig als de verschillen tussen de kinderen onderling zo klein mogelijk zijn. Hoe meer kinderen rond hetzelfde niveau zitten, hoe effectiever de klassikale instructie.

Nu hebben niet alle kinderen hetzelfde niveau, en ook binnen een jaargroep kunnen de verschillen enorm zijn. Verschillen waar je dan mee om moet gaan. In de basis zou je kunnen stellen dat het klassikale systeem erop gericht is de verschillen tussen de kinderen te verkleinen, waarbij er wordt omgegaan met verschillen.

Basisiprincipe 1
Op een Jenaplanschool hanteren we als eerste basisprincipe “Ieder mens is uniek en heeft zijn eigen onvervangbare waarde”. Binnen dit principe kun je niet gericht zijn op het verkleinen van de verschillen of het omgaan daarmee. Binnen dit principe ga je er juist vanuit. Kinderen komen verschillend onze school binnen. Ze hebben verschillende mogelijkheden en beperkingen en gaan die vervolgens ontwikkelen. Daarmee zullen de verschillen eerder groter dan kleiner worden. Als je immers met een groot rekentalent de school binnenkomt, dan moet dit talent gevoed en uitgebreid worden. Uitgaan van de verschillen is eigenlijk 180 graden de andere kant op van omgaan met de verschillen.

Juist door kinderen in heterogene groepen te plaatsen, creëren we de omgeving waarbij we echt uit kunnen gaan van de verschillen en waarbij de kinderen echt samen kunnen leren. Binnen de groepen zijn de rollen van oudste, middelste en jongste heel belangrijk. En omdat kinderen ieder jaar een nieuwe rol krijgen, hebben ze ook de gelegenheid om met de verschillende rollen te oefenen. Anders dan in het gezinsleven, waar de rollen vast liggen. Want ook hierbij geldt dat niet iedereen hetzelfde talent voor een bepaalde rol heeft.

Kinderen leren van en met elkaar
Het onderwijsproces in de groep is hiermee niet alleen afhankelijk van de leerkracht. Natuurlijk, deze geeft instructie, legt uit, helpt, ondersteunt, begeleidt. Maar kinderen leren samen en ook van elkaar. Leggen elkaar dingen uit, helpen elkaar problemen op te lossen. Is de leerkracht even niet beschikbaar voor hulp of uitleg, dan is er nog een heel scala aan mensen die kunnen helpen. Hiermee is er heel veel aandacht voor de kinderen georganiseerd. Niet alleen van de leerkracht maar juist ook van klasgenoten.

HoogbegaafdheidHet eerste basisprincipe van het Jenaplanonderwijs luidt: Ieder mens is uniek en heeft zijn eigen onvervangbare waarde. Het vierde principe stelt: Ieder mens en ieder kind wordt zoveel mogelijk aangesproken als totale persoon.

Hieruit vloeit voort dat kinderen op een Jenaplanschool geaccepteerd worden om wie ze zijn, met al hun mogelijkheden en beperkingen. Hoogbegaafde kinderen hebben, net als alle andere kinderen, onderwijsbehoeften. Met hen simpelweg moeilijker werk te geven, kom je hier niet voldoende aan tegemoet. Binnen de gewogen weektaak is er niet alleen veel ruimte voor de onderwijsbehoeften van hoogbegaafde leerlingen. We beschikken ook over uitgebreide middelen om deze kinderen tegemoet te komen in hun ontwikkelingsbehoefte. Onze intern begeleider heeft zich gespecialiseerd op dit gebied.

Wij vinden het van groot belang dat kinderen zich geaccepteerd voelen en dat zij de mogelijkheid krijgen om hun talenten in te zetten voor de groep en de gemeenschap.

De kring is een veelgebruikte organisatievorm in het Jenaplanonderwijs. In iedere klas is ruimte gemaakt om op aparte bankjes met elkaar in de kring te kunnen zitten. Soms wordt de kring gebruikt om met de hele klas een les of activiteit te doen, soms om te evalueren of een les op te starten, soms om met een kleinere groep iets te bespreken.  Maar de kring is niet alleen een plek om dingen te bespreken. De kring is ook heel belangrijk voor het groepsproces en kan veel verschillende inhouden en/of doelen hebben.  In een kring kijk je elkaar aan en ben je betrokken bij hetgeen er gebeurt. In de kring is iedereen een gelijkwaardige gesprekspartner. De kring benadrukt het met en van elkaar leren. Ook kun je je in een kring verbonden voelen met elkaar. De Sterrenwachter kent verschillende soorten kringen:

  • Boekenkring: vanaf groep 4 houdt ieder kind één keer per jaar een boekenkring. Zo leert een kind in de loop van de jaren steeds beter een presentatie over een gelezen boek te houden. Er wordt een stukje uit het verhaal voorgelezen en vaak worden er ook vragen over de presentatie aan de groep gesteld. De groep geeft na afloop de tips en de tops en mag ook vragen ter verduidelijking stellen;
  • Verslagkring: vanaf groep 4 houdt ieder kind één keer per jaar een verslagkring. Het kind presenteert informatie over een zelf gekozen onderwerp aan de groep. De kring wordt afgesloten met tips en tops;
  • Feestkring: in de onderbouw en middenbouw wordt de verjaardag van een kind in de klas gevierd in de feestkring met een vast patroon. Hierbij horen natuurlijk zingen, eventueel een traktatie, een kaart. Bij de onderbouw wordt er een polonaise gelopen, bij de middenbouw wordt er een spelletje gekozen. De bovenbouw viert de verjaardagen van een aantal kinderen tegelijk met een frisfeest op vrijdagmiddag;
  • Weekendkring: op maandagochtend vertellen de kinderen over de belevenissen in het weekend;
  • Melkkring: elke ochtend om 9.45 uur wordt er een kring gehouden waarbij ook wordt gegeten en gedronken;
  • Expreskring: wekelijks wordt een kring gehouden waarin expressieve vormen zoals drama en muziek worden gebruikt;

Incidenteel kunnen ook andere kringen voorkomen, zoals een nieuwskring, een discussiekring of een presentatiekring bij de kleuters.

KunstKunst, cultuur en creativiteit zijn speerpunten van onze school. Binnen ons projectonderwijs is er expliciet aandacht voor kunst, cultuur en creativiteit in de vorm van kunstprojecten. Daarnaast verwerken we vaak culturele en creatieve elementen in de overige projecten.

Bij Kunst, cultuur en creativiteit richten we ons zowel op eigen vaardigheid (handvaardigheid, tekenen, drama, muziek), als op kennis (erfgoedonderwijs) en waardering. We hebben teamleden in huis met eigen specialismen die schoolbreed worden ingezet. Zo hebben we leerkrachten gespecialiseerd in beeldende vorming, een leerkracht met een muzikale achtergrond en een leerkracht die zich gespecialiseerd heeft in filosoferen met kinderen.

Het Kunst en Cultuurbeleid wordt aangestuurd door een hier speciaal voor opgeleide interne cultuurcoördinator (ICC).

Wij gaan er vanuit dat alle kinderen hun eigen ontwikkelingsvraag of -behoefte hebben. Bij de aanmelding bekijken we of wij antwoord kunnen geven op deze leervraag. In veruit de meeste gevallen is het antwoord op deze vraag: ja. Indien nodig bekijken we de mogelijkheden om onze organisatie aan te passen aan het betreffende kind.

Uit ervaring weten we inmiddels dat leer- en ontwikkelingsproblemen heel situatiegebonden kunnen zijn. We hebben een ruime ervaring met kinderen die op latere leeftijd op onze school zijn gekomen. Niet zelden hebben we problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen op het moment dat kinderen op een andere manier benaderd en aangesproken werden.

In beginsel staan we voor alle kinderen open.

_DSC2703De eerste dag op een nieuwe school is een spannend moment. Of je nu net vier bent geworden en in onderbouw op school komt, of je bent al ouder en van school gewisseld.  Dat geldt ook wanneer kinderen van bouw wisselen en in een nieuwe groep terecht komen.

We vinden het belangrijk dat kinderen zich welkom en veilig voelen op de Sterrenwachter. Daarom besteden we veel aandacht aan de start. Dat begint al voor de eerste schooldag. We bereiden de kinderen van de ontvangende stamgroep goed voor, zodat zij kunnen zorgen voor een warm welkom.
Op de wendag, aan het einde van het schooljaar, gaan de kinderen een dag wennen in hun nieuwe stamgroep. Alle kinderen schuiven deze dag één groep op en de achtstejaars zijn een dag vrij.

Nieuw in de onderbouw
De kinderen die in de eerste weken na de zomervakantie in de onderbouw beginnen, worden door de leerkrachten uitgenodigd om op de wendag te komen. Zij doen deze ochtend mee in hun nieuwe groep. Meestal is deze dag best spannend voor een nieuwe kleuters (en de ouders)! Maar ook voor de aankomende tweedejaars is deze dag bijzonder. In de laatste weken van het schooljaar worden ze voorbereid op een rol met meer verantwoordelijkheid als oudste kleuter. Met de kinderen wordt gepraat over de nieuwe kinderen die in de klas komen. Weten ze zelf nog hoe het was? Ze hebben zelf inmiddels al veel geleerd en dat gaan ze gebruiken om de nieuwe kinderen te helpen.

‘s Ochtends brengen de ouders hun kind tijdens de inloop in de klas. Samen kunnen ze dan het klaslokaal verkennen. Als de belletjes gaan, gaan de ouders naar huis. Daarna begint de kring. De aankomende eerstejaars kiezen dan hun stickerplaatje voor de kapstokken en het kiesbord. Ook horen ze wie hun mentorkind is. Het mentorkind is de vraagbaak en de hulp voor de nieuwe kleuter tijdens de wendag, maar ook in het nieuwe schooljaar. Hij/zij helpt de hele ochtend met uitleggen hoe het spelen en kiezen gaat, hoe de melkkring gaat en wat je kunt doen als je gaat buiten spelen. Spelenderwijs maakt het nieuwe kind zo in alle rust kennis met de leerkrachten, de kinderen en de structuur van de dag in de groep. Na deze ochtend heeft de aankomende eerstejaars een goed idee van wat hem/haar na de zomervakantie te wachten staat. En de aankomende tweedejaars hebben ook kennis gemaakt met hun nieuwe rol als oudste in de groep!

In de middenbouw
In de laatste weken van het schooljaar wordt er in de groep veel gesproken over wat er gaat veranderen. De kinderen uit groep vijf nemen afscheid en gaan naar de bovenbouw. De kinderen uit groep drie worden middelsten. De kinderen uit groep vier worden volgend jaar de oudsten en daardoor verandert hun rol in de groep. Met de nieuwe vijfde jaars bespreken we dan ook uitgebreid wat die rol van oudste inhoudt en wat zij graag over willen nemen van de vorige vijfde jaars. En natuurlijk komen er nieuwe jongsten in groep drie. Om de nieuwe kinderen een warm welkom te heten, wordt teruggekeken naar de periode dat de kinderen zelf in groep drie begonnen. Wat was er nieuw of anders? Waar moest je het meest aan wennen? Wat vond je het allerleukste? Er wordt een lijst gemaakt van alles wat de kinderen zich herinneren en daarna maken de kinderen met behulp van deze lijst een welkomstboekje met tips voor de nieuwe derdejaars.

Op de wendag beginnen alle kinderen in de kring. Eerst maken de kinderen kennis met elkaar door kennismakingsspelletjes te spelen en de namen te leren kennen. Ook krijgt elk nieuw kind het boekje met tips en tekeningen. Om te wennen aan het ritme in de middenbouwgroep gaan de kinderen daarna aan het werk. De nieuwe derdejaars maken kennis met de instructietafel, waar ze meteen hun eerste leesles krijgen. Ook wordt er natuurlijk buiten gespeeld en er wordt een begin gemaakt met een verjaardagskalender voor het nieuwe jaar. De oudere kinderen zijn bij alles een vraagbaak voor de nieuwe derdejaars en ze vervullen deze rol met verve.

In de bovenbouw
In de weken voorafgaand aan de wendag wordt er met de kinderen besproken wat we belangrijk vinden in de groep en hoe kinderen zich voelen als ze nieuw in de groep komen. De kinderen maken in groepjes welkomstboekjes voor de nieuwe kinderen, een soort handleiding voor de bovenbouw en de groep. Hierin staat hoe het reilen en zeilen in de bovenbouw gaat. Vervolgens bedenken de kinderen hoe ze het boekje aan de nieuwe kinderen presenteren. Vaak door middel van een opdracht, spel, toneelstuk, dans of lied.

Als alle kinderen op de wendag hun boekje hebben gekregen, worden de boekjes gezamenlijk doorgelezen en laten de kinderen hun groep zien. De kinderen die het boekje hebben gemaakt blijven nog een tijdje fungeren als maatje, een vraagbaak in de groep.

Het komt ook regelmatig voor dat kinderen tussentijds instromen. In grote lijnen gebeurt er dan hetzelfde als bij de wendag, zij het op kleinere schaal.

Peter Petersen, de grondlegger van het Jenaplanonderwijs, schreef al: “… op een goede school doen alle ouders alles wat in hun macht ligt, voor alle kinderen…” Ouders, kinderen en teamleden vormen gezamenlijk de schoolgemeenschap en alleen samen kunnen we ons Jenaplanonderwijs verwezenlijken. Het is belangrijk dat iedereen zijn steentje bijdraagt. Uiteraard is er verschil in wat bij de verschillende personen ‘in hun macht ligt’. Vandaar dat de ouderparticipatie zo is ingericht dat er voor elk wat wils is.

testemonialPesten is een probleem dat zich niet in een protocol laat vangen. Ons hele pedagogische beleid is erop gericht de sociale veiligheid en het pedagogisch klimaat continu, in gesprek met de kinderen, te monitoren. Pesten vinden wij niet alleen onacceptabel, we gaan een stap verder. We willen dat er niet gepest wordt omdat de kinderen dit zelf onacceptabel vinden. En niet omdat het ergens in één of ander protocol staat.

Monitoren groepsproces
Ons uitgangspunt is dat de kinderen graag in de leukste, veiligste en fijnste groep willen zitten. De leerkrachten willen dit ook. We hebben daarmee allemaal hetzelfde doel. Dit betekent echter niet dat dan automatisch alles goed gaat. Soms kunnen er situaties in een groep ontstaan die geen van de deelnemers eigenlijk wil. Het is dan ook de taak van de leerkracht om het groepsproces te monitoren. Ongewenste ontwikkelingen worden met de groep besproken, uitgaande van de gedachte dat iedereen eigenlijk hetzelfde wil; een fijne en veilige groep.

De oudsten in de groep hebben een belangrijke rol. Zij zijn vaak al ruim twee jaar onderdeel van de groep en weten exact wat de groepscode is en helpen deze in stand te houden. Zij zorgen voor de jongere en kwetsbare leerlingen.

Ouders als informatiebron
De ouders zijn voor ons een onmisbare informatiebron. Als het heel goed gaat met een kind, of juist helemaal niet goed, dan merken ouders dit vaak als eerste en is het van groot belang dat deze kennis zo snel mogelijk bij de leerkrachten terecht komt. Zeker wanneer interventies noodzakelijk zijn. Vandaar dat we ook bij lichte twijfel, graag geïnformeerd worden.

Een kind dat zich niet veilig voelt ontwikkelt zich niet, of in ieder geval niet optimaal. Pesten is een probleem dat de hele groep en het hele onderwijs beïnvloedt. Wij zullen dan ook alles in het werk stellen om met de kinderen een klimaat te creëren waarbij iedereen zich welkom en geaccepteerd voelt. Niet omdat dat de regel is, maar de norm. Omdat iedereen dat moet willen. Dit is een continu proces dat nooit afgerond is.

testemonialUiteraard leren kinderen op de Sterrenwachter taal en rekenen. Dit gebeurt met behulp van leer- en werkboeken die ook op andere basisscholen worden gebruikt. Echter, leren lezen, spellen en rekenen zijn geen doelen die op zichzelf staan, maar instrumenten om de wereld te ontdekken en onderzoeken. In onze school is wereldoriëntatie dan ook het belangrijkste vormingsgebied. Voor wereldoriëntatie maken we geen gebruik van methoden, maar werken we met projecten.

Thema
In plaats van losse lesjes over verschillende onderwerpen, staat in een bepaalde periode één thema centraal. Daarin maken de kinderen op allerlei manieren met het onderwerp kennis. Ze luisteren naar verhalen, kijken naar filmpjes, lezen en schrijven teksten, zingen liedjes, bedenken een toneelstuk of een quiz, maken opdrachten, knutsel en en tekenen, bedenken vragen en zoeken naar antwoorden.

Belevingswereld
Het werken met projecten heeft grote voordelen: – We halen de wereld de school in of, omgekeerd, gaan zelf de school uit. – Er wordt aangesloten bij de leef- en belevingswereld van de kinderen. – De natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen wordt aangesproken en gevoed. – Het biedt kinderen vele mogelijkheden om kennis en vaardigheden te vergroten. – De actieve rol van kinderen versterkt en vergroot te betrokkenheid en maakt zo het echte leren mogelijk. Het is dan ook niet voor niets dat we wereldoriëntatie beschouwen als ‘het kloppende hart’ van ons Jenaplanonderwijs!

Een project wordt vaak met een viering geopend en afgesloten. Ouders zijn daarbij van harte welkom. Het eindproject wordt ieder jaar afgesloten met een schoolfeest. Regelmatig houden wij weeksluitingen met de hele school. Hierin laten de groepen aan elkaar zien waar ze mee bezig zijn.

Laatste nieuwsberichten over Projecten

  • kertsdiner

Het kerstdiner op de Sterrenwachter

22 december 2017|Reacties uitgeschakeld voor Het kerstdiner op de Sterrenwachter

  • kerstviering 2017

Kerstviering 2017: foto’s van de voorstelling

20 december 2017|Reacties uitgeschakeld voor Kerstviering 2017: foto’s van de voorstelling

  • weekopening

Laatste weekopening van het jaar

18 december 2017|Reacties uitgeschakeld voor Laatste weekopening van het jaar

Sinds 2010 is de training Rots en Water een vast onderdeel van het programma dat De Sterrenwachter aan groep 8 aanbiedt. Hierbij leren kinderen door middel van lichamelijke training zichzelf fysiek beter kennen, waardoor ze beter om kunnen gaan met situaties en met anderen. De training wordt gegeven door Ria van der Weijden, docent bij de bovenbouwgroep De Kippen.

De lessen worden – van na de herfstvakantie tot begin februari – één keer per week gegeven. In de twaalf lessen staan de onderstaande thema’s, met bijbehorende oefeningen, centraal:

  • Sterk staan
  • Ademkracht
  • Rots en Water op het schoolplein
  • De zelfverdedigingshouding
  • De Rotshouding
  • De Waterhouding
  • Rots en Water in verbale confrontatie
  • Lichaamstaal
  • Grenzen
  • Empathie en pesten
  • Hoe ga je met elkaar om?

In de laatste les is er dan de Grote, Griezelige eindproef: het doorslaan van het plankje!

Begrippen Rots en Water
Het begrip Rots staat voor spierspanning, je mening en standpunt. Je hebt een stevige basis en komt op voor jezelf. Water staat voor ontspannen spieren, voor anticiperen en contact met de ander. Bij Water gaat het om bewustzijn van je eigen gevoelens en ideeën, maar ook aandacht hebben voor die van anderen.

Tijdens de trainingen leren de kinderen Rots te zijn als de situatie daarom vraagt en ervaren ze hoe het is om Water te gebruiken in het contact met anderen. Het bewust inzetten van een Rots- of Waterhouding en zoeken naar de juiste balans, helpt de kinderen om steviger in hun schoenen te staan en meer grip te krijgen op hun leven.
 De interactie met anderen zal hierdoor veranderen.

Reacties op Rots en Water
Kinderen reageren heel verschillend op de training. Sommige kinderen vertellen thuis enthousiast over wat ze hebben geleerd en willen de oefeningen uitproberen op of laten zien aan familieleden. Andere kinderen praten er thuis weinig over; ze houden het liever voor zichzelf. Er zijn ook kinderen waarbij de training veel emoties oproept; (onprettige) ervaringen uit het verleden komen naar boven en kunnen een nieuwe plek krijgen.

Het is voor ouders goed om te weten dat ieder kind op zijn eigen wijze reageert. De ene reactie is niet beter of slechter, maar passend bij het eigen ontwikkelingsproces. Al met al is de Rots en Water-training een intens en boeiend proces voor de kinderen om te ervaren. Roos Koedam, oud-leerling van De Sterrenwachter, heeft een berichtje geschreven over haar ervaringen met de Rots en Water training.

Ontwikkeling Rots en Water
Rots en Water is een programma van Nederlandse bodem. Het programma is ontstaan in de jaren negentig op een scholengemeenschap in Schagen en ontwikkeld door Freerk Ykema. Rots en Water heeft zich inmiddels verspreid over verschillende landen, ook buiten Europa waaronder Nieuw-Zeeland en Australië. Jaarlijks komen er wereldwijd zo’n 2.000 Rots en Water-trainers bij.

In onze complexe maatschappij worden mensen dagelijks geconfronteerd met een voortdurende stroom aan informatie en het moeten maken van keuzes. Mede hierom is het van groot belang dat kinderen goede sociale vaardigheden ontwikkelen en een sterke identiteit opbouwen. De school is het instituut waar kinderen veruit de meeste tijd doorbrengen en is daarom bij uitstek geschikt om kinderen bij te staan in hun sociaal-emotionele ontwikkeling.

Rots en Water kan beschouwd worden als een weerbaarheidsprogramma. De ontwikkeling van de fysieke weerbaarheid is echter geen doel op zich is, maar vooral een middel om mentale en sociale vaardigheden te ontwikkelen. Met andere woorden: door middel van lichamelijke training leren kinderen zichzelf fysiek beter kennen, waardoor ze beter om kunnen gaan met situaties en met anderen.

Jongens en meisjes
Jongens en meisjes verschillen van elkaar. Deze verschillen zijn zichtbaar in gedrag en worden veroorzaakt door een samenspel van opvoeding, onderwijs en aanleg. Tussen 11 en 14 jaar gaan jongens en meisjes, mede door veranderingen in de hormoonhuishouding, ook een andere ontwikkelingsweg. Over het algemeen zijn jongens beweeglijker en vinden zij het moeilijker om emoties en dat wat hen stuurt in woorden uit te drukken. Jongens staan fysiek en competitief in de wereld. Al bewegend verkennen zij de wereld, hun eigen mogelijkheden en die van anderen. Jongens bouwen hun communicatievaardigheden vooral op door middel van sport, spel en beweging. Dit wordt de fysiek-emotionele ontwikkelingsweg genoemd.

Bewegingsdrang, die zo kenmerkend is voor jongens, is in mindere mate terug te vinden bij meisjes. Het is voor hen gemakkelijker om gevoelens en emoties te verwoorden. Al pratende komen meisjes tot zelfbesef, leren zij elkaar kennen en waarderen. Aldus ontwikkelen meisjes hun communicatievaardigheden, meer dan jongens, door met elkaar te praten. Dit wordt de verbaal-emotionele ontwikkelingsweg genoemd.

Betekent dit nu dat wij jongens maar fijn moeten laten sporten en meisjes in een kringetje moeten zetten om gezellig te kletsen? Nee, zeker niet! Sowieso is niet elke jongen en elk meisje hetzelfde en bestaat er overlap tussen beide geslachten. Er zijn genoeg jongens die wel graag praten en minder fysiek gericht zijn. Er zijn ook genoeg meisjes die wel zeer beweeglijk en energiek in de wereld staan en minder makkelijk praten over emoties. Het is dus geen zwart-witsituatie. Hoewel jongens graag bewegen, moeten zij wel degelijk leren om ook goede verbale communicatievaardigheden te ontwikkelen. Voor veel banen in onze moderne maatschappij zijn goede sociale vaardigheden van groot belang en taal speelt daarin een hoofdrol.

Meisjes ontwikkelen makkelijker verbale vaardigheden en zijn minder dan jongens geneigd zichzelf werkelijk fysiek te testen. Maar ook meisjes hebben fysieke oefening, spel en sport nodig. Niet alleen om een sterk en gezond lichaam te ontwikkelen, maar ook om via de weg van fysieke oefening meer zelfvertrouwen en een sterke identiteit op te bouwen. Veel meisjes hebben vaak geen idee hoe sterk zij kunnen zijn. Fysieke oefeningen brengen hen in contact met hun eigen kracht. Dat maakt het voor meisjes dan ook makkelijker om voor zichzelf op te komen, eigen keuzes te maken en om gevoelens en meningen naar buiten te brengen.

Sport, spel en beweging moeten dus voor jongens en voor meisjes. Dat betekent dat de fysiek-emotionele ontwikkelingsweg en de verbaal-emotionele ontwikkelingsweg in één didactiek moet worden samengebracht om aan de verschillende ontwikkelingsopgaven van zowel jongens als van meisjes tegemoet te komen, zonder hen in een hokje te plaatsen. Deze samenvoeging wordt psycho-fysieke didactiek genoemd. Hierin worden via sport, spel en beweging die sociale vaardigheden en communicatievaardigheden aangeleerd die nodig zijn om met zelfvertrouwen een eigen weg te vinden.

Meer informatie
Op de website van het Gadaku instituut is meer informatie te vinden over de achtergronden van de training. Voor meer informatie kunt u ook contact opnemen met Ria van der Weijden via het telefoonnummer van de Sterrenwachter (035) 69 10 345.

Laatste nieuwsberichten over Rots en Water

Sterrenwachter wiskundeWe werken met een systeem van afgesproken taken. Een gewogen weektaak. Deze taak is op de persoon toegesneden qua inhoud en hoeveelheid. En aan het einde van de afgesproken periode, meestal een dag of een week, moet de taak klaar zijn. Dit is niet vrijblijvend. Wanneer kinderen hun taak niet af hebben gekregen, gaan we na hoe dat is gekomen.

Dan wil het wel eens voorkomen dat een kind aangeeft vooral anderen geholpen te hebben. Of wij hebben dit uit observaties kunnen constateren. In dit geval moet het kind leren hiermee om te gaan. Hoe geef je op een effectieve manier aan dat je best wilt helpen, maar dat je op dit moment niet in de gelegenheid bent omdat je eigen taak anders niet afkomt?

Al het werk van de kinderen wordt dagelijks door de leerkrachten gezien en gecontroleerd. Hiermee houden wij continu de vinger aan de pols.

Schoolkamp bovenbouwDe Sterrenwachter houdt het schoolkamp altijd aan het begin van het schooljaar. Het schoolkamp speelt een belangrijke rol bij de groepsvorming, zowel binnen de stamgroep als binnen de bouw. De kinderen leren elkaar in een andere situatie kennen waardoor nieuwe vriendschappen kunnen ontstaan. De kinderen van groep 5 en 8 leren bijvoorbeeld tijdens kamp de rol van oudste op zich te nemen.

Het schoolkamp heeft ieder jaar een bepaald thema dat op school ingeleid wordt met startspelen.

De onderbouw (groep 1/2) gaat één dag, de middenbouw (groep 3/4/5) blijft één nacht slapen en de bovenbouw (groep 6/7/8) blijft twee nachten slapen.

Laatste nieuwsberichten over Schoolkamp

Testen en toetsenWij hanteren het LeerlingVolgSysteem (LVS) van Cito. Dit systeem bestaat uit een serie methode-onafhankelijke toetsen die, over het algemeen, twee maal per jaar worden afgenomen. De eerste keer halverwege het jaar (januari/februari) en aan het einde van het schooljaar (juni/juli). Deze toetsen geven ons objectieve gegevens over de ontwikkeling van de kinderen. Samen met onze observaties, het werk van de kinderen en de toetsen uit de methodes, helpen deze ons met het volgen van de ontwikkeling van de kinderen.

Ontwikkeling
Wij vinden het van groot belang hoe er met de scores wordt omgegaan. De scores op zich zetten de kinderen af tegen het gemiddelde van hun leeftijdsgenoten. En dat rijmt niet met onze uitgangspunten. Hoe het kind zich ontwikkelt ten opzichte van zichzelf vinden wij veel belangrijker. Vandaar dat de centrale vraag bij interpretatie van de scores is: Past deze score bij dit kind? Is dit niet het geval, dan volgt er analyse en indien nodig, handelen.

Ouders
De objectieve toetsgegevens bieden ons waardevolle informatie voor het sturen van het onderwijsproces. Voor de kinderen zijn de scores alleen een waardevol gegeven, wanneer ze afgezet worden tegen hun vorige scores. In de schoolverslagen nemen we de scores niet op. De schoolverslagen beschrijven de ontwikkeling van het kind ten opzichte van zichzelf. De ouders krijgen de uitslagen tijdens de tien-minuten-gesprekken. Voor hen is een vergelijk met het gemiddelde wel van belang om, tegen de tijd dat een keuze voor het vervolgonderwijs in de buurt komt, een reëel beeld te hebben van de mogelijkheden. En daarbij komt dat ouders hun kinderen het beste kennen. Zij vormen een belangrijke factor in het bepalen of de score bij het kind past.

Laatste nieuwsberichten over Testen en toetsen

VieringVieringen zijn een essentieel onderdeel van het Jenaplanonderwijs. De betekenis ervan gaat verder dan alleen maar ontspanning. Als sociale gebeurtenis dragen de gemeenschappelijke vieringen bij aan de sociale opvoeding van het kind en aan het gevoel ‘erbij’ te horen.

Tijdens de vieringen laten de stamgroepen zien met welk project ze bezig zijn. Een viering kan verschillende vormen hebben: dans, toneel of zang. Maar ook door middel van demonstraties of het presenteren van werk.

Ouders, als belangrijk onderdeel van de gemeenschap, zijn hierbij van harte uitgenodigd.

Voor de kinderen vanaf groep 3 die op rekengebied extra uitdaging kunnen gebruiken, bieden we vanaf de herfstvakantie één keer per week op woensdag de wiskundeklas aan.

In blokken van telkens ongeveer 8 weken worden diverse wiskundige problemen, breinbrekers en doordenkers behandeld. Het doel is om met elkaar over een wiskundig probleem na te denken en samen de oplossingen uit te proberen. Er zitten ongeveer 12 kinderen uit groep 3 tot en met 8 in deze gemengde groep en ze leren van en met elkaar. Na acht weken wordt de groep opnieuw samengesteld en start er een nieuwe serie met uitdagende wiskunde-opdrachten. Ouders worden vooraf geïnformeerd als hun kind in de wiskundeklas mee gaat doen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Norma Montulet.

_DSC2910Binnen het Jenaplanonderwijs vinden we zelfstandigheid en zelfstandigheidsbevordering heel belangrijk. Dat is een vaardigheid waarvan we vinden dat de kinderen dat moeten leren en waar we veel aandacht aan geven. Zoals bij elk onderwijsonderdeel is het ook hierbij zo, dat sommige kinderen hier veel aanleg voor hebben en van nature heel zelfstandig zijn. Anderen hebben hierin juist veel hulp en sturing nodig. Je zou kunnen zeggen dat juist deze kinderen extra gebaat zijn bij het Jenaplanonderwijs. Hier wordt er systematisch aandacht besteed aan het ontwikkelen van de zelfstandigheid.

Kinderen moeten op onze school de zelfstandigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid krijgen die ze aankunnen. En aangezien ieder mens uniek is, met een unieke verzameling mogelijkheden en beperkingen, is de hoeveelheid hiervan persoonsgebonden. Kinderen leren op de Sterrenwachter in beginsel om in de bovenbouw te werken met een persoonlijke weektaak. Kinderen die dit niet aankunnen helpen we met bijvoorbeeld een dagtaak. De weektaak is een middel, geen doel. Het doel is het bevorderen van de zelfstandigheid en kinderen handvatten geven bij het leren plannen van taken.

SterrenwachterIn groep 6 maken de kinderen hun werkstukken voornamelijk op school, onder begeleiding van de leerkracht. Er wordt veel tijd besteed aan het proces: de wijze waarop een werkstuk tot stand komt. De grootste opgave voor de kinderen is om de verzamelde kennis in eigen woorden op papier te zetten. Immers; het internet lokt … De kinderen leren werken met een vaste indeling, te weten: voorwoord, inhoudsopgave, inleiding, hoofdstukken, nawoord, bronvermelding.

Next level
In groep 7 en 8 gaan de kinderen thuis zelfstandig aan de slag. Voor het schrijven van een werkstuk krijgen ze ongeveer 6 weken de tijd. Er wordt altijd begonnen met het bedenken van een aantal vragen over het gekozen onderwerp. Dit geeft richting aan zoekproces. Voordat de kinderen daadwerkelijk aan de slag gaan, maken ze een tijdsplanning.

De achtstejaars maken niet alleen twee werkstukken, maar schrijven ook hun MeesterStuk.

Beoordelingen
Ieder werkstuk wordt door de leerkrachten persoonlijk beoordeeld. Ieder kind krijgt nadrukkelijk te horen wat het al wel kan en wat al wel goed gaat. Om verder te komen, worden er ook tips gegeven voor het volgende werkstuk. Stap voor stap wordt ieder nieuw werkstuk zo een beetje beter.

Proces en product
Meer dan eens laten ex-ouders van de Sterrenwachter ons weten dat de kinderen enorm veel hebben geleerd van deze manier van werken. Zowel van het maken van werkstukken als van boekopdrachten. Het ging niet altijd van een leien dakje; het was vaak zwoegen, zweten en stressen. Maar … door dit proces zijn de kinderen en hoop wijzer geworden. Het geeft hen beslist een streepje voor in het voortgezet onderwijs!